Algemene voorschriften
Hoofdstuk 7.5
Inhoudsopgave hoofdstuk 7.5
Hoofdstuk 7.5
VOORSCHRIFTEN INZAKE HET LADEN, LOSSEN EN DE BEHANDELING
De voorschriften voor het laden van goederen, van kracht op het station van afzending, moeten in acht worden genomen, onder voorwaarde dat zij niet strijdig zijn met de voorschriften van dit hoofdstuk.
Tenzij anders aangegeven in het RID mag de belading niet worden uitgevoerd indien blijkt dat:
- bij een controle van de documenten of
- bij een visuele inspectie van de wagen of, in voorkomend geval, van de container(s), bulkcontainer(s), MEGC(‘s), tankcontainer(s), transporttank(s) of wegvoertuig(en), alsmede van hun uitrusting, gebruikt voor laden en lossen, de wagen, een container, een bulkcontainer, een MEGC, een tankcontainer, een transporttank, een wegvoertuig of de uitrusting daarvan niet voldoet aan de bepalingen van de voorschriften.
Vóór de belading moeten de binnenzijde en de buitenzijde van de wagen of container worden geïnspecteerd, teneinde te garanderen dat er geen beschadigingen zijn die de goede staat van de wagen of container of die van de te laden lading ongunstig zouden kunnen beïnvloeden.
De laadeenheid moet worden gecontroleerd om zeker te stellen dat hij constructief geschikt is, dat hij vrij is van mogelijke restanten die incompatibel zijn met de lading en zijn vloer, wanden en plafond aan de binnenzijde, waar toepasbaar, vrij zijn van uitstekende delen of beschadigingen die de lading kunnen beïnvloeden, en om zeker te stellen dat grote containers vrij zijn van beschadigingen die de weerbestendigheid beïnvloeden, wanneer nodig.
Onder "constructief geschikt" wordt verstaan dat de laadeenheid vrij is van belangrijke gebreken, die van invloed zijn op de constructiedelen. Constructiedelen van laadeenheden voor multimodale toepassingen zijn bijv. langsliggers boven en onder, dwarsliggers boven en onder, hoekstijlen, hoekstukken en, voor grote containers, deurdrempels en bovendorpels en vloerliggers.
Onder "belangrijke gebreken" worden verstaan:
- vervormingen van, of scheuren of breuken in constructiedelen of dragende delen, of elke schade aan bedrijfs- of operationele uitrusting, die de goede staat van door de bulkcontainer, container of de bak van het voertuig aantasten;
- elke vervorming van de gehele constructie of elke schade aan hefhulpstukken of koppelvlakken voor de overslagapparatuur van een bulkcontainer of container die zo groot is dat de overslagapparatuur niet gepositioneerd kan worden, of dat de plaatsing en borging op een onderstel of voertuig of laadruim van een schip niet mogelijk is; en, waar van toepassing
- hang- en sluitwerk dat zwaar loopt, verbogen, gebroken, of weg is of op andere wijze niet goed functioneert.
Tenzij anders aangegeven in het RID mag het lossen niet plaatsvinden indien bij bovengenoemde inspecties gebreken aan het licht worden gebracht die de veiligheid of de beveiliging van het lossen zouden kunnen beïnvloeden.
Overeenkomstig de bijzondere voorschriften van 7.5.11 en overeenkomstig de aanduidingen in de kolommen (17) en (18) van tabel A van hoofdstuk 3.2 mogen bepaalde gevaarlijke goederen alleen als gesloten lading worden verzonden.
Indien richtinggevende pijlen zijn voorgeschreven, moet de stand van de colli en oververpakkingen met die kenmerken overeenkomen.
Opmerking: Vloeibare gevaarlijke stoffen moeten, voor zover praktisch uitvoerbaar, onder droge gevaarlijke stoffen worden geladen.
Alle middelen van omsluiting moeten worden geladen en gelost volgens de behandelingsmethode waarvoor zij zijn ontworpen en, voor zover nodig, beproefd.
Samenladingsverboden
Colli die van verschillende gevaarsetiketten zijn voorzien, mogen niet tezamen in dezelfde wagen of dezelfde container worden geladen, tenzij samenlading overeenkomstig de hierna volgende tabel, gebaseerd op de aangebrachte gevaarsetiketten, is toegestaan.
De samenladingsverboden voor colli gelden ook voor het samenladen van colli in kleine containers, alsmede voor de samenlading van kleine containers in een wagen of grote container waarin één of meer kleine containers worden vervoerd.
Opmerking 1: Volgens 5.4.1.4.2 moeten afzonderlijke vervoersdocumenten worden opgemaakt voor zendingen die niet gezamenlijk in dezelfde wagen of dezelfde container mogen worden geladen.
Opmerking 2: Voor colli die alleen stoffen en voorwerpen van klasse 1 bevatten en die voorzien zijn van een etiket volgens model nr. 1, 1.4, 1.5 of 1.6, ongeacht alle andere gevaarsetiketten die voor deze colli vereist zijn, is samenlading toegestaan overeenkomstig 7.5.2.2. De tabel in 7.5.2.1 is enkel van toepassing indien dergelijke colli worden samengeladen met colli die stoffen of voorwerpen van andere klassen bevatten.
| Etiketten nrs. | 1 | 1.4 | 1.5 | 1.6 | 2.1, 2.2, 2.3 |
3 | 4.1 | 4.1 & 1 |
4.2 | 4.3 | 5.1 | 5.2 | 5.2 & 1 |
6.1 | 6.2 | 7 A, B, C |
8 | 9, 9A |
| 1 | Zie 7.5.2.2 | d | b | |||||||||||||||
| 1.4 | a | a | a | a | a | a | a | a | a | a | a | a b c | ||||||
| 1.5 | b | |||||||||||||||||
| 1.6 | b | |||||||||||||||||
| 2.1, 2.2, 2.3 |
a | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | |||||
| 3 | a | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | |||||
| 4.1 | a | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | |||||
| 4.1 & 1 | X | |||||||||||||||||
| 4.2 | a | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | |||||
| 4.3 | a | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | |||||
| 5.1 | d | a | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | ||||
| 5.2 | a | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | ||||
| 5.2 & 1 | X | X | ||||||||||||||||
| 6.1 | a | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | |||||
| 6.2 | a | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | |||||
| 7A, 7B, 7C |
a | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | |||||
| 8 | a | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | |||||
| 9, 9A | b | a b c |
b | b | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | X | ||
- X Samenlading toegestaan a Samenlading met stoffen en voorwerpen van 1.4S is toegestaan.
- b Samenlading met goederen van klasse 1 en reddingsmiddelen van klasse 9 (UN-nummers 2990, 3072 en 3268) is toegestaan.
- c Samenlading van veiligheidsinrichtingen, pyrotechnisch van subklasse 1.4, compatibiliteitsgroep G, (UN-nummer 0503) met veiligheidsinrichtingen, elektrisch geïnitieerd van klasse 9 (UN-nummer 3268) is toegestaan.
- d Samenlading van springstoffen (met uitzondering van UN 0083 springstof, type C) met ammoniumnitraat (UN- nummers 1942 en 2067), ammoniumnitraat-emulsie of ammoniumnitraat-suspensie of ammoniumnitraat-gel (UN- nr. 3375) of nitraten van alkalimetalen en nitraten van aardalkalimetalen is toegestaan, onder voorwaarde dat de gehele lading voor doeleinden van etikettering, scheiden, laden en grootste toelaatbare belading wordt beschouwd als springstof van de klasse 1.
Onder nitraten van alkalimetalen vallen cesiumnitraat (UN 1451), lithiumnitraat (UN 2722), kaliumnitraat (UN 1486), natriumnitraat (UN 1498) en rubidiumnitraat (UN 1477).
Onder nitraten van aardalkalimetalen vallen bariumnitraat (UN 1446), berylliumnitraat (UN 2464), calciumnitraat (UN 1454), magnesiumnitraat (UN 1474) en strontiumnitraat (UN 1507).
Beste bezoeker,
U bent bijna bij de volledige inhoud
Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.
Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.
- Als u al abonnee bent log dan aub in
- Nog geen abonnement ? U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.