RID-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.1 openen →
Hoofdstuk 1.8 openen →

Deel 2 — Classificatie

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.4 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Tabel A
RID 2025
Inhoudsopgave hoofdstuk 1.2
  1. 1.2.1 Definities
  2. 1.2.2 Meeteenheden

Hoofdstuk 1.2 
DEFINITIES, MEETEENHEDEN EN AFKORTINGEN

 

Definities

Opmerking: 1. In deze sectie zijn alle algemene en bijzondere definities opgenomen.

2. De in de definities van deze sectie voorkomende begrippen, die zelf ook zijn gedefinieerd, zijn cursief weergegeven.

In het RID wordt verstaan onder:

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

A

Aerosol: zie Spuitbus.

Afneembare tank: een tank, die is aangepast aan de speciale inrichting van de wagen, en die van de wagen pas kan worden afgenomen na demontage van de bevestigingsmiddelen.

Afvalstoffen: stoffen, oplossingen, mengsels of voorwerpen, die niet bestemd zijn voor direct gebruik, maar die worden vervoerd om te worden opgewerkt, gestort of vernietigd door middel van verbranding of andere verwerkingsmethoden.

Afzender: de onderneming die voor zichzelf of voor derden gevaarlijke goederen verzendt. Indien het vervoer plaats vindt op grond van een vervoersovereenkomst, dan geldt als afzender de afzender volgens deze overeenkomst.

B

Batterijwagen: een wagen die uit elementen bestaat, die door een verzamelleiding met elkaar zijn verbonden en die duurzaam op deze wagen zijn bevestigd.

Als elementen van een batterijwagen worden beschouwd: flessen, grote cilinders, drukvaten en flessenbatterijen, alsmede tanks voor gassen zoals gedefinieerd in 2.2.2.1.1 met een inhoud van meer dan 450 liter.

Bedrijfsdruk:

  1. Voor een samengeperst gas: de evenwichtsdruk bij een referentietemperatuur van 15°C in een gevulde drukhouder;
  2. voor UN 1001 Acetyleen, opgelost: de berekende evenwichtsdruk bij een uniforme referentietemperatuur van 15°C in een acetyleenhouder met het opgegeven gehalte aan oplosmiddel en het maximale gehalte aan acetyleen.
  3. Voor UN 3374 Acetyleen, oplosmiddelvrij: de werkdruk die is berekend voor de equivalente houder voor UN 1001 acetyleen, opgelost.

Opmerking: Voor tanks zie “Hoogste bedrijfsdruk”.

Bedrijfsuitrusting:

  1. van een tank: de laad- en losinrichtingen, de be- en ontluchtings-, de veiligheids- en de verwarmingsinrichtingen, de warmtewerende of warmte-isolerende bescherming, alsmede de meetinstrumenten.

Opmerking: Voor transporttanks, zie hoofdstuk 6.7.

  1. van de elementen van een batterijwagen of MEGC: de laad- en losinrichtingen, de verzamelleiding inbegrepen, de veiligheidsinrichtingen, alsmede de meetinstrumenten;
  2. van een IBC: de laad- en losinrichtingen en de eventuele drukontlastings-, veiligheids- en verwarmingsinrichtingen, de warmte- isolerende bescherming en de meetinstrumenten.
  3. van een drukhouder, omvat sluiting(en), verzamelleiding(en), leidingen poreus materiaal of adsorberend materiaal en alle constructieve voorzieningen, bijvoorbeeld voor behandeling

Beheersysteem voor het vervoer van radioactieve stoffen: een reeks onderling gerelateerde of op elkaar inwerkende elementen (systeem) voor het vaststellen van beleidsvoorschriften en doelstellingen en het verwezenlijken van die doelstellingen op efficiënte en doelmatige wijze.

Belader: elke onderneming die:

  1. verpakte gevaarlijke goederen, kleine containers of transporttanks laadt in of op een wagen of een container; of
  2. een container, bulkcontainer, tankcontainer, transporttank, MEGC of wegvoertuig op een wagen laadt.

Beluchtingsklep met geforceerde bediening: een klep op een tank met onderlossing, die met de bodemafsluiter is verbonden en die bedrijfsmatig slechts bij het laden en lossen wordt geopend voor beluchting van de tank.

Beproevingsdruk: de druk die gebruikt moet worden bij de proefpersing voor de eerste of periodieke beproeving [Zie ook Berekeningsdruk, Hoogste bedrijfsdruk (overdruk), Losdruk en Vuldruk.]

Opmerking: Voor transporttanks, zie hoofdstuk 6.7.

Berekeningsdruk: een fictieve druk, ten minste gelijk aan de beproevingsdruk, die, al naar gelang van de graad van het gevaar, dat de vervoerde stof oplevert, de bedrijfsdruk meer of minder kan overschrijden. De berekeningsdruk dient slechts ter bepaling van de wanddikte van het reservoir, onafhankelijk van alle versterkende voorzieningen aan de buitenzijde of de binnenzijde van het reservoir. [Zie ook Beproevingsdruk, Hoogste bedrijfsdruk (overdruk), Losdruk en Vuldruk].

Opmerking: Voor transporttanks, zie hoofdstuk 6.7.

Bergingsdrukhouder: een drukhouder met een waterinhoud van maximaal 3000 liter waarin beschadigde, defecte, lekkende of niet voorschriftconforme drukhouders worden geplaatst met het doel deze te vervoeren voor bijv. terugwinning of vernietiging.

Bergingsverpakking: een speciale verpakking, waarin beschadigde, defecte, lekkende of niet voorschriftconforme colli met gevaarlijke goederen of gevaarlijke goederen die gemorst of vrijgekomen zijn, worden geplaatst met het doel deze te vervoeren voor terugwinning of vernietiging.

Bergingsverpakking, grote: een speciale verpakking die

  1. is ontworpen voor mechanische verwerking; en
  2. waarvan de netto massa groter is dan 400 kg en de inhoud groter dan 450 liter, maar waarvan het volume niet groter is dan 3 m3;

    waarin beschadigde, defecte, lekkende of niet voorschriftconforme colli met gevaarlijke goederen of gevaarlijke goederen die gemorst of vrijgekomen zijn, worden geplaatst met als doel deze te vervoeren voor terugwinning of vernietiging.

Beschermde IBC (voor metalen IBC's): een IBC, voorzien van een extra bescherming tegen stoten, waarbij deze beschermende voorziening bijvoorbeeld kan bestaan uit een meerlagige wand ("sandwich") of een dubbelwandige constructie, of uit een omhullend raamwerk met metalen tralies.

Beschermende bekleding: (voor tanks) een bekleding of coating ter bescherming van het metaal van de tank tegen de te vervoeren stoffen.

Opmerking: Deze definitie is niet van toepassing op een bekleding of coating die uitsluitend wordt gebruikt om de te vervoeren stof te beschermen.

Bevoegde autoriteit: de autoriteit(en) of andere instantie(s), die in de verschillende staten in elk speciaal geval overeenkomstig nationaal recht als zodanig is (zijn) aangewezen.

Binnenbuis: zie Binnenzak

Binnenhouder: een houder die moet zijn voorzien van een buitenverpakking om zijn functie van omsluiten/vasthouden te vervullen.

Binnenhouder, voor een gesloten cryo-houder: het drukvat dat bedoeld is om het sterk gekoelde, vloeibaar gemaakte gas te bevatten.

Binnenverpakking: een verpakking die voor het vervoer moet zijn voorzien van een buitenverpakking.

Binnenzak ("liner"): een afzonderlijke omhulling of zak, die in een verpakking, inclusief grote verpakking of IBC, geplaatst wordt, maar daarvan geen integraal deel uitmaakt, met inbegrip van de sluitingen van de openingen.

Borghouder, voor het vervoer van radioactieve stoffen: het samenstel van onderdelen van de verpakking die volgens de specificatie van de ontwerper bestemd zijn om vrijkomen van de radioactieve stoffen tijdens het vervoer te verhinderen.

Brandbare bestanddelen (voor spuitbussen): brandbare vloeistoffen, brandbare vaste stoffen of de in het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 31.1.3, Opmerking 1 tot en met 3 gedefinieerde brandbare gassen of gasmengsels. Onder deze aanduiding vallen pyrofore, voor zelfverhitting vatbare of met water reagerende stoffen niet. De chemische verbrandingswarmte moet door middel van een van de volgende methoden worden vastgesteld: ASTM D 240, ISO/FDIS 13943:1999 (E/F) 86.1 tot en met 86.3 of NFPA 30B.

Brandstofcel: een elektrochemisch instrument dat de chemische energie van een brandstof omzet in elektrische energie, warmte en reactieproducten.

Buitenverpakking: buitenbescherming van een combinatieverpakking of van een samengestelde verpakking met inbegrip van absorberende materialen, materialen voor het opvullen en alle andere elementen die noodzakelijk zijn om de binnenhouders of binnenverpakkingen te bevatten en te beschermen.

Bulkcontainer: een omhullingsysteem (inclusief eventuele binnenzak of binnenbekleding), dat voor het vervoer van vaste stoffen in rechtstreeks contact met het omhullingsysteem bestemd is. Verpakkingen, IBC’s, grote verpakkingen en tanks vallen hier niet onder.

Een bulkcontainer

  • is van duurzame aard en voldoende stevig om herhaaldelijk te kunnen worden gebruikt;
  • is speciaal ontworpen om het vervoer van goederen door één of meerdere vervoermiddelen zonder tussentijdse overslag te vergemakkelijken;
  • is voorzien van inrichtingen die de behandeling vergemakkelijken;
  • heeft een inhoud van ten minste 1,0 m3 .

Voorbeelden van bulkcontainers zijn containers, offshore-bulkcontainers, afvalcontainers, bakken voor los gestorte goederen, wissellaadbakken, stortbakcontainers, rolcontainers en laadcompartimenten van wagens.

Opmerking: Deze definitie is uitsluitend van toepassing op bulkcontainers die voldoen aan de vereisten van hoofdstuk 6.11.

Bulkcontainer (flexibel): een flexibele container met een inhoud van ten hoogste 15 m3, binnenzakken en aangebrachte voorzieningen voor de behandeling en bedrijfsuitrusting.

Bulkcontainer (gesloten): een geheel gesloten bulkcontainer met een stijf dak, stijve zij-, voor- en achterwanden en stijve vloer (met inbegrip van trechtervormige vloer). De term omvat bulkcontainers met een beweegbaar dak, beweegbare zij-, voor- en achterwanden dat/die tijdens het vervoer kan/kunnen worden gesloten. Gesloten bulkcontainers mogen zijn voorzien van openingen die de uitwisseling van dampen en gassen met de lucht mogelijk maken en die onder normale vervoersomstandigheden het vrijkomen van vaste inhoud en het binnendringen van regen- en spatwater verhinderen.

Bulkcontainer (met dekzeil uitgerust): een aan de bovenzijde open bulkcontainer met een stijve vloer (met inbegrip van trechtervormige vloer), stijve zij-, voor- en achterwanden en met een niet-stijve bedekking.

C

CNG: zie Samengeperst aardgas

Collo: het eindproduct van de verpakkingshandelingen, dat gereed is voor verzending, bestaande uit de verpakking, grote verpakking of IBC zelf met de inhoud ervan. De definitie omvat drukhouders voor gassen, zoals gedefinieerd in deze sectie, alsmede voorwerpen die vanwege hun omvang, massa of vorm onverpakt of op sleden, in kratten of in andere inrichtingen voor de hantering mogen worden vervoerd. Met uitzonering van het vervoer van radioactieve stoffen, is deze definitie niet van toepassing op onverpakte goederen, die los gestort worden vervoerd en evenmin op stoffen die in tanks worden vervoerd.

Opmerking: Voor radioactieve stoffen, zie 2.2.7.2, 4.1.9.1.1. en hoofdstuk 6.4.

Combinatie-IBC met binnenhouder van kunststof: een IBC bestaande uit een constructieve uitrusting in de vorm van een stijve uitwendige omhulling die een kunststof binnenhouder omsluit, alsmede bedrijfsuitrusting of andere constructieve uitrusting. Zij zijn zodanig geconstrueerd dat indien de uitwendige omhulling en de binnenhouder eenmaal zijn samengebouwd, deze daarna een onverbrekelijke eenheid vormen, die als zodanig wordt gevuld, opgeslagen, vervoerd en geledigd.

Opmerking: "Kunststof" voor zover gebruikt in verband met binnenhouders van combinatie-IBC's, omvat ook andere polymere materialen, zoals rubber.

Combinatieverpakking: een verpakking bestaande uit een buitenverpakking en een binnenhouder die zodanig is ontworpen dat de binnenhouder en de buitenverpakking een geïntegreerde verpakking vormen. Wanneer de verpakking eenmaal is samengebouwd, blijft deze daarna een onverbrekelijke eenheid die als zodanig wordt gevuld, opgeslagen, vervoerd en geledigd.

Opmerking: De term “binnenhouder” voor combinatieverpakkingen moet niet worden verward met de term “binnenverpakking” voor samengestelde verpakkingen. Zo is bijvoorbeeld het binnenste van een combinatieverpakking van het type 6HA1 (kunststof) een dergelijke binnenhouder, gezien het feit dat het normaliter niet is ontworpen om een functie van omsluiting te vervullen zonder de buitenverpakking en het dus niet gaat om een binnenverpakking.

Wordt er na de term “combinatieverpakking” tussen haakjes een materiaal genoemd, dan verwijst dat naar de binnenhouder.

Conformiteitsbeoordeling: het proces van de controle van de conformiteit van een product overeenkomstig de bepalingen van de secties 1.8.6 en 1.8.7 in verband met het type onderzoek, het toezicht op de fabricage en het eerste onderzoek en beproeving;

Conformiteitsborging (radioactieve stoffen): een systematisch programma van maatregelen, dat door een bevoegde autoriteit toegepast wordt met het doel te garanderen dat de voorschriften van het RID in de praktijk in acht worden genomen.

Constructieve uitrusting:

  1. van de tanks van een reservoirwagen: de buiten of binnen het reservoir aangebrachte verstevigings- , bevestigings- of beschermingselementen;
  2. van de tanks van een tankcontainer: de buiten of binnen het reservoir aangebrachte verstevigings- , bevestigings-, beschermings- of stabiliseringselementen.

Opmerking: Voor transporttanks, zie hoofdstuk 6.7.

  1. van de elementen van een batterijwagen of MEGC: de buiten of binnen het reservoir of de houder aangebrachte verstevigings-, bevestigings- of beschermings- of stabiliseringselementen;
  2. van een IBC (met uitzondering van flexibele IBC's): de verstevigings-, bevestigings-, behandelings- , beschermings- of stabiliseringselementen van het verpakkingslichaam (met inbegrip van de bodempallet voor combinatie-IBC's met binnenhouder van kunststof).

Container: een hulpmiddel bij het vervoer (laadkist of dergelijke constructie),

  • van permanente aard en derhalve stevig genoeg voor herhaald gebruik,
  • speciaal gebouwd om het vervoer van goederen, zonder overlading van de inhoud, door een of meer vervoerswijzen te vergemakkelijken,
  • voorzien van inrichtingen die de behandeling en de vastzetting vergemakkelijken, met name bij het overladen van het ene vervoermiddel op het andere,
  • dat zodanig ontworpen is, dat het vullen en legen wordt vergemakkelijkt;
  • dat een inwendige inhoud bezit van ten minste 1 m3 met uitzondering van containers voor het vervoer van radioactieve stoffen.

Een wissellaadbak is een container die volgens de norm EN 283: 1991 de volgende bijzonderheden vertoont:

  • hij is wat betreft sterkte van de constructie alleen geschikt voor het vervoer met wagens of voertuigen over land of met veerboten;
  • hij is niet stapelbaar,
  • hij kan met middelen die zich aan boord van voertuigen bevinden op steunen worden geplaatst en daarvan weer worden weggenomen.

Opmerking: Onder de definitie “container” vallen noch gewone verpakkingen noch IBC’s, noch tankcontainers noch wagens. Niettemin mag een container worden gebruikt als een verpakking voor het vervoer van radioactieve stoffen.

Bovendien:

Container (kleine): een container met een inwendige inhoud van ten hoogste 3 m³.

Container (grote):

    1. een container die niet voldoet aan de definitie van een kleine container;
    2. in de zin van de CSC: een container met een grondvlak, dat begrensd is door de vier buitenhoeken,
      1. van ten minste 14 m2 (150 sq ft), of
      2. van ten minste 7 m2 (75 sq ft), indien de container aan de bovenzijde voorzien is van hoekstukken (“corner fittings”).

Container (gesloten): een volledig gesloten container met een vast dak, vaste zijwanden, vaste kopwanden en een vloer. Het begrip omvat containers met een beweegbaar dak, voor zover het dak tijdens het vervoer gesloten is.  

Container (open): een container met open dak of een platte container.

Container (met dekzeil uitgerust): een open container die ter bescherming van de lading met een dekzeil is uitgerust.

Controletemperatuur: de hoogste temperatuur waarbij het organische peroxide, de zelfontledende stof of de polymeriserende stof veilig kan worden vervoerd.

Criticaliteits-veiligheidsindex (Criticality Safety Index, CSI), toegekend aan een collo, oververpakking of container, die splijtbare stoffen bevatten, voor het vervoer van radioactieve stoffen:

een getal dat wordt gebruikt om controle te verschaffen over de totale hoeveelheid van colli, oververpakkingen of containers die splijtbare stoffen bevatten.

Cryo-houder: een verplaatsbare drukhouder met warmte-isolerende bescherming voor het vervoer van sterk gekoelde vloeibaar gemaakte gassen met een inhoud van ten hoogste 1000 liter. (zie ook “Open cryo-houder”)

D

Diameter: (voor reservoirs van tanks) de inwendige diameter van het reservoir.

Dichtheidsproef: een beproeving, waarbij de dichtheid van een tank, verpakking of IBC alsmede de uitrusting en de afsluitinrichtingen worden beproefd.

Opmerking: Voor transporttanks, zie hoofdstuk 6.7.

Dierlijke stoffen: dierlijke kadavers, dierlijke lichaamsdelen, voedingsmiddelen of voedermiddelen van dierlijke oorsprong.

Dosistempo: Het omgevingsdosis-equivalent voor straling of het richtingsdosis-equivalent voor straling, naar gelang van het geval, per tijdseenheid, gemeten op het relevante punt.

Doos: zie Kist.

Drukhouder: een houder bedoeld om stoffen onder druk te houden, inclusief sluitingen en bedrijfsuitrusting, en een verzamelaanduiding voor flessen, grote cilinders, drukvaten, gesloten cryo-houders, opslagsystemen met metaalhydride, flessenbatterijen en bergingsdrukhouders;

Drukhouder reservoir: een fles, een grote cilinder, een drukvat of een bergingsdrukrecipiënt zonder zijn sluitingen of andere bedrijfsuitrusting, maar met inbegrip van elke permanent bevestigde inrichting(en) (bijvoorbeeld ring om de hals of om de voet);

Opmerking: de term "fles reservoir", "drukvat reservoir" en "buis reservoir" worden ook gebruikt.

Druk/vacuümtank (voor afvalstoffen): een tankcontainer of wissellaadtank, die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke afvalstoffen, met bijzondere constructiekenmerken en/of uitrustingsdelen om het vullen van de druk/vacuümtank met afvalstoffen en het ledigen ervan als bedoeld in hoofdstuk 6.10 te vergemakkelijken.

Een tank die volledig voldoet aan de voorschriften van hoofdstuk 6.7 of 6.8 wordt niet beschouwd als druk/vacuümtank (voor afvalstoffen).

Drukvat: een gelaste drukhouder met een inhoud van meer dan 150 liter en niet meer dan 1000 liter (bijv. cilindervormige houders met rolbanden en kogelvormige houders op sleden).

E

EG-Richtlijn: door de bevoegde instellingen van de Europese Gemeenschap vastgelegde bepalingen, die met betrekking tot het te bereiken resultaat bindend zijn voor elke geadresseerde Lidstaat, maar waarvan de keuze van vorm en methoden wordt overgelaten aan de nationale autoriteiten;

Evenwichtsdruk: De druk die wordt uitgeoefend door de inhoud van een drukhouder, indien de evenwichtstoestand van temperatuur en diffusie is bereikt.

Exclusief gebruik, voor het vervoer van radioactieve stoffen: het gebruik van een wagen of grote container door één enkele afzender, waarbij alle laad- en loshandelingen en verzendingshandelingen vóór, tijdens en na het vervoer, overeenkomstig de aanwijzingen van de afzender of de geadresseerde worden uitgevoerd, voor zover dat onder het RID is vereist.

Exploitant van een tankcontainer, of transporttank:

De onderneming op naam waarvan de tankcontainer of transporttank wordt geëxploiteerd.

Exploitant van een reservoirwagen*1: de onderneming op naam waarvan de reservoirwagen is geregistreerd of toegelaten voor transport.

F

Fles (cilinder): een drukhouder met een inhoud van ten hoogste 150 liter.

Flessenbatterij (cilinderpakket): een drukhouder bestaande uit een verzameling van flessen of reservoirs van flessen die aan elkaar zijn bevestigd en onderling door een verzamelleiding zijn verbonden en die als ondeelbare eenheid wordt vervoerd. De totale waterinhoud mag niet meer bedragen dan 3.000 liter, met uitzondering van batterijen bestemd voor het vervoer van giftige gassen van klasse 2 (de groepen beginnend met de letter T overeenkomstig 2.2.2.1.3) die moeten worden beperkt tot 1.000 liter waterinhoud;

Flexibele bulkcontainer: zie Bulkcontainer.

Flexibele IBC: een IBC bestaande uit een verpakkingslichaam van folie, weefsel of een ander flexibel materiaal of combinaties van dit soort materialen en zo nodig een binnenbekleding of binnenzak, alsmede uit bijbehorende bedrijfsuitrusting en voorzieningen voor de behandeling.

G

Gas: een stof die

  1. bij 50 °C een dampdruk bezit hoger dan 300 kPa (3 bar), of
  2. bij 20 °C en de standaarddruk van 101,3 kPa volledig gasvormig is.

Gascontainer met verscheidene elementen (“multiple element gas container”, MEGC): een hulpmiddel bij het vervoer, dat bestaat uit elementen die door een verzamelleiding met elkaar zijn verbonden en die duurzaam in een raamwerk zijn gemonteerd. Als elementen van een gascontainer met verscheidene elementen worden beschouwd flessen, grote cilinders, drukvaten en flessenbatterijen, alsmede tanks met een inhoud van meer dan 450 liter voor gassen zoals gedefinieerd in 2.2.2.1.

Opmerking: Voor UN-MEGC’s, zie hoofdstuk 6.7.

Gaspatroon: zie Houder, klein, met gas.

Geadresseerde: de geadresseerde volgens de vervoersovereenkomst. Indien de geadresseerde volgens de bepalingen van de vervoersovereenkomst een derde aanwijst, dan geldt deze derde als geadresseerde in de zin van het RID. Indien het vervoer plaatsvindt zonder vervoersovereenkomst, dan is de geadresseerde de onderneming die de gevaarlijke goederen bij aankomst in ontvangst neemt.

Gecombineerd rail / wegvervoer: het vervoer van wegvoertuigen in het gecombineerde rail/wegvervoer. Deze definitie omvat ook de “Rollende Landstrasse” [het laden van wegvoertuigen (begeleid of niet begeleid) op wagens ontworpen voor deze vorm van vervoer].

Gereconditioneerde verpakking: een verpakking, in het bijzonder

  1. een metalen vat:
    1. dat zodanig is gereinigd dat de constructiematerialen hun oorspronkelijk uiterlijk terug hebben gekregen en alle resten van de vroegere inhoud, alsmede inwendige en uitwendige corrosie en uitwendige deklagen en etiketten zijn verwijderd;
    2. dat teruggebracht is in de oorspronkelijke vorm en oorspronkelijke gedaante, waarbij felsnaden (voor zover aanwezig) gericht en afgedicht zijn, en alle pakkingen, die geen integraal deel zijn van de verpakking, zijn vervangen; en
    3. dat na reiniging, maar vóór het opnieuw schilderen, is geïnspecteerd; verpakkingen met zichtbare gaatjes, een belangrijke vermindering van de dikte van het materiaal, vermoeiing van het metaal, beschadigde schroefdraad of sluitingen, of andere belangrijke gebreken, moeten worden afgewezen.
  2. een vat of jerrycan van kunststof:
    1. dat/die zodanig is gereinigd dat de constructiematerialen hun oorspronkelijk uiterlijk terug hebben gekregen en alle resten van de vroegere inhoud alsmede inwendige en uitwendige deklagen en etiketten zijn verwijderd;
    2. waarvan de pakkingen, die geen integraal deel zijn van de verpakking, zijn vervangen, en
    3. dat/die na reiniging is geïnspecteerd, waarbij verpakkingen met zichtbare beschadigingen zoals scheuren, vouwen of breuk, of beschadigde schroefdraad of sluitingen, of andere belangrijke gebreken, afgewezen moeten worden.

Gerecycleerde kunststof: materiaal dat teruggewonnen wordt uit gebruikte industriële verpakkingen of uit andere kunststof die is voorgesorteerd en voorbereid voor de verwerking in nieuwe verpakkingen, met inbegrip van IBC’s.

De specifieke eigenschappen van het gerecycleerde materiaal dat gebruikt wordt voor de productie van nieuwe verpakkingen, met inbegrip van IBC’s, moeten worden gegarandeerd en regelmatig worden gedocumenteerd als onderdeel van een kwaliteitsborgingsprogramma, erkend door de bevoegde autoriteit.

Het kwaliteitsborgingsprogramma moet een registratie van een geschikte voorsortering en controle omvatten, zodat elke batch van gerecycleerd materiaal, die van homogene samenstelling is, overeenstemt met de materiaalspecificaties (smeltindex, dichtheid en trekeigenschappen) van het ontwerptype, vervaardigd van dergelijk gerecycleerd materiaal.

Dit omvat noodzakelijkerwijze informatie omtrent het kunststofmateriaal waarvan de gerecyclede kunststoffen afkomstig zijn, alsmede informatie omtrent het vroegere gebruik, inclusief de vroegere inhoud, van het kunststofmateriaal, indien dit vroegere gebruik het prestatievermogen van nieuwe verpakkingen, inclusief IBC’s, gefabriceerd van dat materiaal, zou kunnen verminderen.

Bovendien moet in het kwaliteitsborgingsprogramma van de fabrikant van de verpakking of IBC, overeenkomstig 6.1.1.4 of 6.5.4.1, de uitvoering van de juiste mechanische beproevingen van het prototype, overeenkomstig 6.1.5 of 6.5.6, zijn opgenomen, uit te voeren op verpakkingen of IBC’s vervaardigd van elke batch van gerecycleerd kunststof materiaal.

Bij deze beproevingen mag het prestatievermogen bij de stapelproef worden onderzocht door middel van een geschikte dynamische compressiebeproeving in plaats van de stapelproef;

Opmerking: Norm ISO 16103:2005 “Verpakking - Transportverpakkingen voor gevaarlijke goederen - Gerecycled kunststof materiaal” geeft aanvullende adviezen voor procedures die kunnen worden gevolgd voor de goedkeuring van het gebruik van gerecycleerde kunststoffen. Deze adviezen zijn ontwikkeld op basis van de ervaring met de fabricage van vaten en jerrycans van gerecycled kunststoffen en moeten als zodanig mogelijk worden aangepast voor andere soorten verpakkingen, IBC's en grote verpakkingen van gerecycled kunststoffen.

Gerepareerde lBC: een metalen lBC, een lBC van stijve kunststof of een combinatie-lBC, die als gevolg van een stoot of om een andere reden (bv. corrosie, bros worden van het materiaal of andere tekenen van verzwakking in vergelijking met het beproefde ontwerptype) zodanig gerepareerd werd, dat deze weer overeenkomt met het beproefde ontwerptype en in staat is met goed gevolg de beproevingen van het ontwerptype te doorstaan.

De vervanging van een stijve binnenhouder van een combinatie-lBC door een houder, die overeenkomt met het oorspronkelijke ontwerptype van dezelfde fabrikant, geldt als reparatie in de zin van het RID.

Routineonderhoud van stijve IBC’s wordt echter niet als reparatie beschouwd. De verpakkingslichamen van IBC’s van stijve kunststof en de binnenhouders van combinatie-IBC’s zijn niet te repareren. Flexibele IBC’s zijn niet te repareren, tenzij dit door de bevoegde autoriteit wordt toegelaten.

Gesloten bulkcontainer: zie Bulkcontainer

Gesloten container: zie Container

Gesloten cryo-houder: een drukhouder met warmte-isolerende bescherming voor sterk gekoelde vloeibaar gemaakte gassen met een waterinhoud van ten hoogste 1000 liter;

Gesloten lading: een lading afkomstig van één afzender, waarvoor het gebruik van een wagen of grote container exclusief is gereserveerd, waarbij het laden en lossen geheel geschiedt op aanwijzing van deze afzender of op die van de geadresseerde.

Opmerking 1: Het overeenkomstige begrip ten behoeve van radioactieve stoffen is “exclusief gebruik”.

Opmerking 2: Onder deze definitie valt de term “wagenlading” die wordt gebruikt in andere

Aanhangsels bij het COTIF en in andere spoorwegreglementen.

Gevaarlijke goederen: stoffen en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens het RID is verboden of slechts onder bepaalde voorwaarden is toegestaan.

Gevaarlijke reactie:

  1. een verbranding en/of een aanmerkelijke warmteontwikkeling;
  2. de ontwikkeling van brandbare, verstikkende, oxiderende, en/of giftige gassen;
  3. de vorming van bijtende stoffen;
  4. de vorming van instabiele stoffen; of
  5. een gevaarlijke drukverhoging (alleen voor tanks).

Globally Harmonized System of Classification and Labelling of Chemicals: de tiende herziene editie van het door de Verenigde Naties middels document ST/SG/AC.10/30/Rev.10 gepubliceerde wereldwijd geharmoniseerde systeem voor de classificatie en etikettering van chemische producten

Goedkeuring

Multilaterale goedkeuring, voor het vervoer van radioactieve stoffen: de goedkeuring door de betrokken bevoegde autoriteit van het land van herkomst van het ontwerp of de zending, voor zover van toepassing, en door de bevoegde autoriteit van elk land waardoor of waarheen de zending moet worden vervoerd.

Unilaterale goedkeuring, voor het vervoer van radioactieve stoffen: de goedkeuring van een ontwerp die uitsluitend hoeft te worden afgegeven door de bevoegde autoriteit van het land van herkomst van het ontwerp.

Indien het land van herkomst geen RID-Verdragsstaat is, moet de goedkeuring geldig worden verklaard door de bevoegde autoriteit van een RID-Verdragsstaat (zie 6.4.22.8).

Grootste inhoud: grootste binnenvolume van houders of verpakkingen, met inbegrip van grote verpakkingen en IBC‘s, uitgedrukt in m³ of liters.

Grootste netto massa: de grootste netto massa van de inhoud van een enkele verpakking of de grootste gezamenlijke massa van de binnenverpakkingen en hun inhoud, uitgedrukt in kg.

Grootste toelaatbare bruto massa

  1. (voor IBC's): de som van de massa van de IBC en de bedrijfsuitrusting of constructieve uitrusting, en van de grootste netto massa;
  2. (voor tanks): de som van de eigen massa van de tank en de hoogste voor het vervoer toegelaten massa van de lading.

Opmerking: Voor transporttanks, zie hoofdstuk 6.7.

Grote cilinder ("tube"): een drukhouder van naadloze of samengestelde constructie met een inhoud van meer dan 150 liter en ten hoogste 3000 liter.

Grote container: zie Container

Grote verpakking: een verpakking die bestaat uit een buitenverpakking die voorwerpen of binnenverpakkingen bevat en die:

  1. ontworpen is voor behandeling met mechanische hulpmiddelen en
  2. een netto massa van meer dan 400 kg of een inhoud van meer dan 450 liter, maar een inhoud van ten hoogste 3,0 m3 heeft.

H

Hergebruikte grote verpakking: een grote verpakking die opnieuw moet worden gevuld en die is onderzocht en vrij bevonden van gebreken die het vermogen beïnvloeden om de prestatiebeproevingen te doorstaan; deze definitie omvat die grote verpakkingen die opnieuw worden gevuld met dezelfde of gelijksoortige verenigbare inhoud en die worden vervoerd binnen distributieketens onder controle van de afzender van het product.

Omgebouwde grote verpakking: een grote verpakking van metaal of stijve kunststof die:

  1. uitgaande van een niet-UN-type wordt vervaardigd als een UN-type, of:
  2. omgebouwd wordt van een UN-ontwerptype in een ander UN-ontwerptype.

    Omgebouwde grote verpakkingen zijn onderworpen aan dezelfde voorschriften van het RID, die van toepassing zijn op nieuwe grote verpakkingen van hetzelfde type (zie ook de definitie van ontwerptype in 6.6.5.1.2).

Handboek beproevingen en criteria: de achtste herziene editie van de "Manual of Tests and Criteria", gepubliceerd door de Verenigde Naties met deze titel (ST/SG/AC.10/11/Rev.8).

Hergebruikte grote verpakking: zie Grote verpakking

Hergebruikte verpakking: een verpakking, die na onderzoek vrij is bevonden van gebreken, die het vermogen om de prestatiebeproevingen te doorstaan verminderen; onder deze definitie vallen in het bijzonder verpakkingen, die opnieuw worden gevuld met dezelfde of gelijksoortige, verenigbare goederen, en die worden vervoerd binnen distributieketens onder controle van de afzender van het product.

Hermetisch gesloten tank: een tank die

  • niet met veiligheidsventielen, breekplaten, gelijksoortige veiligheidsinrichtingen of vacuümkleppen of beluchtingskleppen met geforceerde bediening is uitgerust, of
  • met veiligheidsventielen, waarvoor overeenkomstig 6.8.2.2.10 een breekplaat is aangebracht, echter niet met vacuümkleppen of beluchtingskleppen met geforceerde bediening is uitgerust.

Een tank bestemd voor het vervoer van vloeibare stoffen met een berekeningsdruk van ten minste 4 bar of bestemd voor het vervoer van vaste (poedervormige of korrelvormige) stoffen ongeacht de berekeningsdruk, wordt ook als hermetisch gesloten beschouwd, indien deze:

  • met veiligheidsventielen, waarvoor overeenkomstig 6.8.2.2.10 een breekplaat is aangebracht, en met vacuümkleppen of beluchtingskleppen met geforceerde bediening, overeenkomstig de bepalingen van 6.8.2.2.3, is uitgerust, of
  • niet met veiligheidsventielen, breekplaten of gelijksoortige veiligheidsinrichtingen, maar met vacuümkleppen of beluchtingskleppen met geforceerde bediening, overeenkomstig de bepalingen van 6.8.2.2.3, is uitgerust.

Hoogste bedrijfsdruk (overdruk): de hoogste van de volgende drie waarden die boven in de tank in de bedrijfsopstelling kunnen optreden:

  1. de hoogste effectieve druk die in de tank is toegestaan tijdens het vullen (hoogste toegestane vuldruk);
  2. de hoogste effectieve druk die in de tank is toegestaan tijdens het lossen (hoogste toegestane losdruk);
  3. de door de vervoerde stof (met inbegrip van eventueel aanwezige vreemde gassen) veroorzaakte effectieve overdruk in de tank bij de hoogste bedrijfstemperatuur.

    Tenzij in hoofdstuk 4.3 anders is voorgeschreven, mag de getalswaarde van deze bedrijfsdruk (overdruk) niet lager zijn dan de dampdruk (absolute druk) van de vervoerde stof bij 50 °C.

    Bij tanks, voorzien van veiligheidskleppen (met of zonder breekplaat), uitgezonderd tanks voor het vervoer van samengeperste, vloeibaar gemaakte of opgeloste gassen van klasse 2, is de hoogste bedrijfsdruk (overdruk) echter gelijk aan de voorgeschreven druk, waarbij deze veiligheidskleppen in werking komen. (Zie ook Beproevingsdruk, Berekeningsdruk, Losdruk en Vuldruk).

Opmerking 1: De hoogste bedrijfsdruk geldt niet voor tanks in de zin van 6.8.2.1.14 a) waarbij het lossen plaatsvindt door de zwaartekracht.

Opmerking 2: Voor transporttanks, zie hoofdstuk 6.7.

Opmerking 3: Voor gesloten cryo-houders, zie Opmerking bij 6.2.1.3.6.5.

Hoogste normale bedrijfsdruk, voor het vervoer van radioactieve stoffen: de hoogste druk boven de atmosferische druk op gemiddeld zeeniveau die zich in de loop van één jaar binnen de borghouder zou vormen onder omstandigheden waarbij de temperatuur en zoninstraling heersen die overeenkomen met de omgevingsomstandigheden gedurende het vervoer zonder dat er druknivellering, uitwendige koeling door een hulpsysteem of controlemaatregelen plaatsvinden.

Houder: een omhulsel, bestemd om stoffen of voorwerpen op te nemen en te bevatten met inbegrip van alle sluitingsmiddelen. Reservoirs vallen niet onder deze definitie. (Zie ook Binnenhouder, Gesloten cryo-houder, Open cryo-houder, Drukhouder, Gaspatroon en Stijve binnenhouder);

Houder (voor klasse 1): als binnen- en tussenverpakkingen gebruikte kisten of dozen, flessen, blikken, vaten, potten en tubes, met inbegrip van elke soort van afsluitinrichting.

Houder, klein, met gas (gaspatroon): een niet hervulbare houder waarvan de waterinhoud niet meer bedraagt dan 1000 ml voor houders van metaal en niet meer dan 500 ml voor houders van kunststof of glas, die een gas of mengsel van gassen onder druk bevat. Hij kan zijn voorzien van een afsluitventiel.

Houten IBC: een IBC bestaande uit een stijf of inklapbaar houten verpakkingslichaam, voorzien van een binnenzak (maar geen binnenverpakkingen), alsmede uit de bijbehorende bedrijfsuitrusting en constructieve uitrusting.

Houten ton: een verpakking van natuurlijk hout met cirkelvormige doorsnede met gewelfde wanden, samengesteld uit duigen en bodems en voorzien van hoepels.

I

IAEA Voorschriften voor veilig transport van radioactief materiaal

Één van de uitgaven van deze voorschriften:

  1. Voor de uitgaven van 1985 en 1986 ( als gewijzigd in 1990): IAEA Safety Series No.6;
  2. Voor de uitgave van 1996 IAEA Safety Series No. ST-1;
  3. Voor de (herziene) uitgave van 1996: IAEA Safety Series No. TS-R-1 (ST-1, Revised);
  4. Voor de uitgaven van 1996 (als gewijzigd in 2003), 2005 en 2009: IAEA Safety Standards Series No. TS-R-1;
  5. Voor de uitgave van 2012: IAEA Safety Standards Series No. SSR-6;
  6. Voor de uitgave van 2018: IAEA Safety Standards Series No. SSR-6 (Rev.1)

IBC van stijve kunststof: een IBC die bestaat uit een verpakkingslichaam van stijve kunststof, dat kan zijn voorzien van een raamwerk en uit de bijbehorende bedrijfsuitrusting.

IMDG Code: “International Maritime Dangerous Goods Code”, uitvoeringsbepalingen voor Hoofdstuk VII, deel A van het Internationale Verdrag voor de Veiligheid van Mensenlevens op Zee van 1974 (SOLAS-verdrag), uitgegeven door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) te London.

Infrastructuurbeheerder: elke overheidsinstantie of onderneming, die in het bijzonder voor de totstandbrenging of het onderhoud van spoorweginfrastructuur, alsmede voor het beheer van de systemen voor controle en veiligheid, verantwoordelijk is.

Inhoud van het reservoir of compartiment van het reservoir voor tanks: het totale inwendige volume van het reservoir of het compartiment van het reservoir, uitgedrukt in liters of kubieke meters. Indien het niet mogelijk is het reservoir of het compartiment van het reservoir volledig te vullen in verband met de vorm of de constructie daarvan, moet deze gereduceerde inhoud worden gebruikt voor de bepaling van de vullingsgraad en de kenmerking van de tank.

J

Jerrycan: een verpakking van metaal of kunststof met een rechthoekige of veelhoekige doorsnede, voorzien van één of meer openingen.

K

Kartonnen IBC: een IBC bestaande uit een verpakkingslichaam van karton met of zonder gescheiden deksel of bodem, zo nodig voorzien van een binnenzak (maar geen binnenverpakkingen), alsmede uit de bijbehorende bedrijfsuitrusting en constructieve uitrusting.

Kist (doos): een verpakking met rechthoekige of veelhoekige dichte wanden, van metaal, hout, gelamineerd hout, houtvezelmateriaal, karton, kunststof of van een ander geschikt materiaal. Teneinde de behandeling of het openen te vergemakkelijken, of om te voldoen aan de classificatiecriteria mogen kleine openingen zijn aangebracht, voor zover de ongeschonden staat van de verpakking gedurende het vervoer hierdoor niet wordt aangetast.

Kleine container: zie Container.

Korf: een buitenverpakking met een opengewerkt oppervlak.

Kritieke temperatuur: De temperatuur waarbij noodmaatregelen getroffen moeten worden, indien de temperatuur niet meer beheerst wordt.

Kritische temperatuur: De temperatuur waarboven een stof niet kan bestaan in vloeibare toestand.

Kunststof weefsel (voor flexibele IBC's): materiaal, vervaardigd van verstrekte banden of enkelvoudige filamenten van een geschikte kunststof.

Kwaliteitsborging: een systematisch controle- en inspectieprogramma, dat door iedere betrokken organisatie of instantie toegepast wordt met het doel te garanderen dat de in het RID voorgeschreven veiligheidsvoorschriften in de praktijk in acht worden genomen.

L

Laadeenheid (“cargo transport unit”): een wegvoertuig, een wagen, een container, een tankcontainer, een transporttank of een MEGC.

Laden: alle door de belader verrichte handelingen die onder de definitie van belader vallen

Levensduur, voor flessen en grote cilinders van composietmateriaal: het toegestane aantal gebruiksjaren van een fles of grote cilinder.

Lichte metalen verpakking: een verpakking met cirkelvormige, elliptische, rechthoekige of veelhoekige doorsnede (ook kegelvormig), alsmede een verpakking met een kegelvormig bovenstuk of in de vorm van een emmer, vervaardigd van metaal met een wanddikte van minder dan 0,5 mm (bijv. blik), met platte of gewelfde bodem, en voorzien van één of meer openingen en niet vallend onder de definities voor vaten en jerrycans.

LNG: zie Vloeibaar gemaakt aardgas

Losdruk: de hoogste effectieve druk, die tijdens het lossen onder druk in de tank ontwikkeld wordt. (Zie ook Beproevingsdruk, Berekeningsdruk, Hoogste bedrijfsdruk (overdruk) en Vuldruk.)

Los gestort vervoer: zie Vervoer als los gestort goed.

Lossen: alle door de losser verrichte handelingen die onder de definitie van losser vallen.

Losser: elke onderneming die:

  1. een container, bulkcontainer, MEGC, tankcontainer, transporttank of wegvoertuig van een wagen afneemt; of
  2. verpakte gevaarlijke goederen, kleine containers of transporttanks uit een wagen of een container laadt; of
  3. gevaarlijke goederen lost uit een tank (reservoirwagen, afneembare tank, transporttank of tankcontainer) of uit een batterijwagen of MEGC of uit een wagen, grote container of kleine container voor vervoer als los gestort goed of uit een bulkcontainer.

LPG: zie Vloeibaar gemaakt petroleumgas.

M

Massa van een collo: indien niet anders is bepaald, de bruto massa van het collo.

Metalen IBC: een IBC bestaande uit een verpakkingslichaam van metaal, alsmede uit de bijbehorende bedrijfsuitrusting en constructieve uitrusting.

Met dekzeil uitgeruste bulkcontainer: zie Bulkcontainer.

Met dekzeil uitgeruste container: zie Container.

Met het onderhoud belaste entiteit (ECM): de entiteit als bedoeld in de Uniforme Regelen betreffende de technische toelating van spoorwegmaterieel dat in het internationale verkeer wordt gebruikt (ATMF

  • Aanhangsel G bij het COTIF) en gecertificeerd overeenkomstig Bijlage A *2 daarbij, die is belast met het onderhoud van een wagen.

Motor met brandstofcel: een inrichting die wordt gebruikt om materieel aan te drijven en die bestaat uit een brandstofcel en de bijbehorende brandstoftoevoer, ofwel onderdeel van, dan wel gescheiden van de brandstofcel, en die alle toebehoren omvat om te voldoen aan het functioneren ervan.

N

N.e.g.-positie (niet elders genoemd positie): een verzamelaanduiding, waaronder stoffen, mengsels, oplossingen of voorwerpen kunnen worden ingedeeld, die

  1. in hoofdstuk 3.2, Tabel A niet met name zijn genoemd, en
  2. chemische, fysische en/of gevaarseigenschappen bezitten, die overeenkomen met de klasse, de classificatiecode, de verpakkingsgroep en de benaming van de n.e.g.-positie.

Netto massa ontplofbare stof: de totale massa van de ontplofbare stoffen, zonder de verpakkingen, kisten, enz. (Netto hoeveelheid ontplofbare stof, netto inhoud ontplofbare stof, netto gewicht ontplofbare stof en netto massa van ontplofbare inhoud worden vaak in dezelfde betekenis gebruikt.)

Neutronenstralingdetector: een inrichting waarmee neutronenstraling kan worden gedetecteerd. In een dergelijke inrichting kan een gas worden verzameld in een luchtdicht afgesloten buis waarin neutronenstraling wordt omgezet in een meetbaar elektrisch signaal.

O

Offshore-bulkcontainer: een container voor los gestorte goederen, die speciaal voor het herhaaldelijk gebruik voor het vervoer van, naar en tussen buitengaatse (offshore-) inrichtingen is ontworpen. Een offshore-bulkcontainer wordt overeenkomstig de Richtlijnen voor de toelating van op open zee ingezette offshorecontainers, die door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) in document MSC/Circ. 860 vastgelegd zijn, geconstrueerd en gebouwd.

Omgebouwde grote verpakking: zie Grote verpakking.

Omgebouwde verpakking: een verpakking, in het bijzonder

  1. een metalen vat:
    1. dat, uitgaand van een type dat niet voldoet aan de voorschriften van hoofdstuk 6.1, als gevolg van het productieproces overgaat in een UN-verpakkingstype, dat aan deze voorschriften voldoet;
    2. dat door de transformatie van een UN-verpakkingstype, dat aan de voorschriften van hoofdstuk 6.1 voldoet, overgaat in een ander type dat aan deze voorschriften voldoet; of
    3. waarbij vast bevestigde onderdelen van de constructie (zoals niet-afneembare deksels) worden verwisseld;
  2. een kunststof vat:
    1. dat door de transformatie van een UN-verpakkingstype overgaat in een ander UN-verpakkingstype (bijv. 1H1 in 1H2), of
    2. waarbij vast bevestigde onderdelen van de constructie worden verwisseld.

    Omgebouwde vaten zijn onderworpen aan de voorschriften van hoofdstuk 6.1, die gelden voor nieuwe vaten van hetzelfde type.

Omspoten fles: een fles met een waterinhoud van ten hoogste 13 liter bestemd voor het vervoer van LPG, die vervaardigd is van een met coating voorziene gelaste stalen binnenfles met een omspoten beschermingshouder vervaardigd van niet-verwijderbare kunststof met celstructuur die op het buitenoppervlak van de stalen fleswand is aangebracht.

Onderneming: elke natuurlijke persoon, elke rechtspersoon met of zonder winstoogmerk, elke vereniging of groep van personen zonder rechtspersoonlijkheid en met of zonder winstoogmerk, alsmede elk onder de overheid ressorterend lichaam, ongeacht of het een eigen rechtspersoonlijkheid bezit of afhankelijk is van een autoriteit met rechtspersoonlijkheid.

Onderzoeksinstantie (keuringsinstelling): een onafhankelijke instantie, erkend door de bevoegde autoriteit, belast met de uitvoering van onderzoeken en beproevingen.

Ontwerp (model), voor het vervoer van radioactieve stoffen: de beschrijving van de onder 2.2.7.2.3.5

  1. vrijgestelde splijtbare stoffen, radioactieve stoffen in speciale toestand, van gering verspreidbare radioactieve stoffen, van een collo of een verpakking, die een duidelijke identificatie daarvan mogelijk maakt. De beschrijving kan bestaan uit specificaties, constructietekeningen, rapporten waaruit blijkt dat voldaan is aan de wettelijke voorschriften, alsmede andere ter zake doende documenten.

Ontwerplevensduur, voor flessen en grote cilinders van composietmateriaal: de maximale levensduur (in jaren) waarvoor de fles of grote cilinder overeenkomstig de toepasselijke norm is ontworpen en goedgekeurd.

Open container: zie Container.

Open cryo-houder: een verplaatsbare thermisch geïsoleerde houder voor sterk gekoelde vloeibaar gemaakte gassen, die op atmosferische druk wordt gehouden door het doorlopend afblazen van het sterk gekoelde vloeibaar gemaakte gas.

Opslagsysteem met metaalhydride: een enkelvoudig volledig opslagsysteem voor waterstof, met inbegrip van een drukhouder reservoir, metaalhydride, drukontlastingsinrichting, afsluiter, bedieningsuitrusting en inwendige bestanddelen, alleen gebruikt voor het vervoer van waterstof.

Opsluitingssysteem, voor het vervoer van radioactieve stoffen: het samenstel van splijtbare stoffen en onderdelen van de verpakking volgens de specificatie van de ontwerper, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit, met het doel de criticaliteitsveiligheid te waarborgen.

Oververpakking: een omhulling die gebruikt wordt (door één enkele afzender in het geval van radioactieve stoffen) met het doel om één of meer colli te bevatten en een eenheid te vormen die tijdens het vervoer gemakkelijker kan worden behandeld en gestuwd.

Voorbeelden van oververpakkingen zijn:

  1. een laadplateau, zoals een pallet waarop meerdere colli worden geplaatst of gestapeld en die door banden van kunststof, krimp- of rekfolie of andere geschikte middelen worden vastgezet, of
  2. een beschermende buitenverpakking zoals een kist of een krat.

Opmerking: Voor radioactieve stoffen, zie de definitie van “oververpakking” in 2.2.7.2.

P

Portable tank: zie Transporttank.

R

Radioactieve inhoud, voor het vervoer van radioactieve stoffen: de radioactieve stoffen tezamen met alle besmette of geactiveerde vaste stoffen, vloeistoffen en gassen in de verpakking.

Reservoir: (voor tanks) is het gedeelte van de tank dat de te vervoeren stof bevat, met inbegrip van de openingen en de bijbehorende deksels, maar geen bedrijfsuitrusting of externe constructieve uitrusting omvat.

Opmerking: Voor transporttanks, zie hoofdstuk 6.7.

Reservoirwagen: een wagen voor het vervoer van vloeibare stoffen, gassen, poedervormige of korrelvormige stoffen, die bestaat uit een opbouw met één of meer tanks, daaronder begrepen de uitrustingsdelen en een onderstel voorzien van eigen uitrustingsdelen (loopwerk, vering, stoot- en trekwerk, remmen en opschriften).

Opmerking: Onder reservoirwagens vallen ook wagens met afneembare tanks.

S

Samengeperst aardgas (Compressed Natural Gas - CNG): een samengeperst gas bestaande uit aardgas met een hoog methaangehalte, ingedeeld onder UN-nr. 1971.

Samengestelde verpakking: een samenstel van verpakkingen, ten behoeve van vervoersdoeleinden, bestaande uit één of meer binnenverpakkingen, die volgens 4.1.1.5 in een buitenverpakking zijn geplaatst.

Opmerking: De term "binnenverpakking”, die wordt gebruikt voor samengestelde verpakkingen, moet niet worden verward met de term "binnenhouder", die voor combinatieverpakkingen wordt gebruikt.

Sluiting: een voorziening die ertoe dient de opening van een houder te sluiten

Opmerking: In het geval van drukhouders, zijn sluitingen, bijvoorbeeld, kleppen, drukontlastingsinrichtingen, drukmeters of niveau-indicatoren.

Spoel (klasse 1): een inrichting van kunststof, hout, karton, metaal of van een ander geschikt materiaal die bestaat uit een centrale spindel en eventuele zijwanden aan elk uiteinde van de spindel. De voorwerpen en de stoffen moeten kunnen worden opgerold op de spindel en in voorkomend geval vastgehouden worden door de zijwanden.

Spoorweginfrastructuur: alle spoorwegen en vaste installaties, voor zover deze voor het rijden van spoorwegmaterieel en voor de verkeersveiligheid noodzakelijk zijn.

Spoorwegvoertuig: een voertuig dat geschikt is om op eigen wielen op spoorweglijnen aan het verkeer deel te nemen met of zonder eigen aandrijving.

Spuitbus (aerosol): een voorwerp bestaande uit een niet hervulbare houder van metaal, glas of kunststof, die voldoet aan de voorschriften van sectie 6.2.6, die een samengeperst, vloeibaar gemaakt of onder druk opgelost gas bevat, al dan niet met een vloeibare, pasteuze of poedervormige stof, en voorzien van een aftapinrichting die het mogelijk maakt, dat de inhoud wordt uitgestoten in de vorm van een suspensie van vaste of vloeibare deeltjes in een gas, in de vorm van schuim, pasta of poeder of in vloeibare of gasvormige toestand.

Stijve binnenhouder (voor combinatie-IBC's): een houder die zijn normale vorm in lege toestand behoudt zonder dat de sluitingen zich op de juiste plaats bevinden en zonder steun van de uitwendige omhulling. Binnenhouders die niet "stijf" zijn, worden als “flexibel” beschouwd.

Stofdichte verpakking: een verpakking die geen droge inhoud doorlaat met inbegrip van poedervormige vaste stoffen die tijdens het vervoer zijn ontstaan.

Stralingsdetectiesysteem: een inrichting waarvan de onderdelen onder meer bestaan uit stralingsdetectoren.

T

Tank: een reservoir met inbegrip van de bedrijfsuitrusting en de constructieve uitrusting. Indien deze term zonder nadere aanduiding wordt gebruikt, omvat deze tankcontainers, transporttanks, reservoirwagens en afneembare tanks, zoals gedefinieerd in deze sectie, alsmede tanks als elementen van batterijwagens of MEGC’s.

Tankcontainer: een hulpmiddel voor het vervoer dat voldoet aan de definitie van container en dat bestaat uit een reservoir en uitrustingsdelen, daaronder begrepen de uitrustingsdelen die verplaatsing van de tankcontainer mogelijk maken zonder een aanmerkelijke wijziging te brengen in de ligging van de tankcontainer in de evenwichtstoestand en dat gebruikt wordt voor het vervoer van gassen, 3 vloeibare, poedervormige of korrelvormige stoffen, en met een inhoud groter dan 0,45 m (450 liter) indien deze voor het vervoer van gassen zoals gedefinieerd in 2.2.2.1.1 wordt gebruikt.

Bovendien:

Extra grote tankcontainer: een tankcontainer met een capaciteit van meer dan 40.000 liter

Opmerking: IBC’s, die voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk 6.5, worden niet beschouwd als tankcontainers.

Tankdossier: een dossier dat alle belangrijke technische informatie van een tank, batterijwagen of MEGC omvat, zoals de certificaten, genoemd in 6.8.2.3, 6.8.2.4 en 6.8.3.4.

Technische benaming: een erkende chemische benaming, voor zover van toepassing een erkende biologische benaming of een andere benaming, die gewoonlijk gebruikt wordt in wetenschappelijke en technische handboeken, tijdschriften en artikelen (zie 3.1.2.8.1.1).

Technische instructies van de ICAO: de “Technical Instructions for the Safe Transport of Dangerous Goods by Air”, ter aanvulling van Aanhangsel 18 bij het Verdrag van Chicago voor het internationale burgerluchtvaartverkeer (Chicago, 1944), uitgegeven door de Internationale Organisatie voor de Burgerluchtvaart (ICAO), Montreal.

Transportindex (TI) toegekend aan een collo, oververpakking of container, dan wel aan een onverpakte LSA-I stof of SCO-I of SCO-III, voor het vervoer van radioactieve stoffen : een getal dat wordt gebruikt om controle te verschaffen over de blootstelling aan straling.

Transporttank: een multimodale tank die, indien deze voor het vervoer van gassen zoals gedefinieerd in 2.2.2.1.1 wordt gebruikt, een inhoud van meer dan 450 liter heeft, en die overeenkomt met de definitie in hoofdstuk 6.7 of in de IMDG Code en die in hoofdstuk 3.2, tabel A, kolom (10), met een transporttankinstructie (T-code) is aangeduid.

Tray (klasse 1): een schaal van metaal, kunststof, karton of ander geschikt materiaal, geplaatst in de binnen-, tussen- of buitenverpakkingen en die een compacte stuwage in deze verpakkingen mogelijk maakt. Het oppervlak van de trays mag zodanig zijn gevormd, dat de verpakkingen of de voorwerpen daarin ingezet, veilig vastgehouden en onderling gescheiden kunnen worden.

Tussenverpakking: een verpakking die zich bevindt tussen binnenverpakkingen of voorwerpen en een buitenverpakking.

U

UN-nummer: viercijferig nummer, bedoeld als identificatienummer van stoffen of voorwerpen overeenkomstig de VN-modelbepalingen.

V

Vacuümklep: een door druk automatisch werkende veerbelaste inrichting ter bescherming van de tank tegen een ontoelaatbare inwendige onderdruk.

Vaste stof:

  1. een stof met een smeltpunt of een beginsmeltpunt hoger dan 20 °C bij een druk van 101,3 kPa, of
  2. een stof die volgens de beproevingsmethode ASTM D 4359-90 niet vloeibaar is en die volgens de criteria van de in 2.3.4 beschreven beproevingsmethode voor de bepaling van het vloeigedrag (penetrometermethode) dikvloeibaar is.

Vaste tank: een tank met een capaciteit groter dan 1000 liter, die blijvend gemonteerd is op een wagen (die aldus een reservoirwagen wordt) of die een integrerend deel van het onderstel van een dergelijke wagen uitmaakt.

Vat: een cilindrische verpakking van metaal, karton, kunststof, gelamineerd hout of van een ander geschikt materiaal, met platte of gewelfde bodem. Onder deze definitie vallen ook verpakkingen met een andere vorm, bijv. ronde verpakkingen met een kegelvormig bovenstuk of verpakkingen in de vorm van een emmer. Houten tonnen en jerrycans vallen niet onder deze definitie.

Veiligheidsklep: een door druk automatisch werkende veerbelaste inrichting ter bescherming van de tank tegen een ontoelaatbare inwendige overdruk.

Verblijftijd: de tijd die verstrijkt tussen het starten van het vullen en het moment dat de druk in de tank als gevolg van opwarming is gestegen tot de laagste openingsdruk van de drukbegrenzer(s) van tanks die voor het vervoer van sterk gekoelde vloeibaar gemaakte gassen zijn bestemd

Opmerking: Voor transporttanks, zie 6.7.4.1.

Verpakker: de onderneming die de gevaarlijke goederen in verpakkingen, met inbegrip van grote verpakkingen en IBC’s, doet en zo nodig de colli voor het vervoer voorbereidt.

Verpakking: één of meer houders en alle andere bestanddelen of materialen die nodig zijn om het mogelijk te maken dat de houder zijn functie van omsluiting en andere veiligheidsfuncties vervult.

[Zie ook Bergingsverpakking, Binnenverpakking, Buitenverpakking, Combinatieverpakking, Gereconditioneerde verpakking, Grote verpakking, IBC, Hergebruikte verpakking, Lichte metalen verpakking, Omgebouwde verpakking, Samengestelde verpakking, Stofdichte verpakking en Tussenverpakking.]

Verpakkingsgroep: een groep, waarin bepaalde stoffen op grond van hun gevaarlijkheid tijdens het vervoer zijn ingedeeld voor verpakkingsdoeleinden.

De verpakkingsgroepen hebben de volgende betekenis, die in Deel 2 nader wordt verklaard:

verpakkingsgroep I: zeer gevaarlijke stoffen verpakkingsgroep II: gevaarlijke stoffen verpakkingsgroep III: minder gevaarlijke stoffen.

Verpakkingslichaam (voor alle categorieën IBC's met uitzondering van combinatie-IBC's): de eigenlijke houder met inbegrip van de openingen en hun sluitingen, echter zonder de bedrijfsuitrusting.

Vervoer: de verplaatsing van gevaarlijke goederen, met inbegrip van voor het vervoer noodzakelijk oponthoud en met inbegrip van voor het verkeer noodzakelijk verblijf van gevaarlijke goederen in de wagens, tanks en in de containers vóór, tijdens en na de verplaatsing.

Onder deze definitie valt ook de tijdelijke tussenopslag van gevaarlijke goederen voor de verandering van wijze van vervoer of vervoermiddel (overslag). Dit is van toepassing onder voorwaarde dat de vervoersdocumenten, waaruit de plaats van verzending en bestemming blijken, op verzoek kunnen worden getoond en dat de colli en de tanks gedurende de tussenopslag niet worden geopend, behalve voor controles door de bevoegde autoriteit.

Vervoer als los gestort goed: vervoer van onverpakte vaste stoffen of voorwerpen in wagens, containers of bulkcontainers; deze definitie geldt niet voor goederen die als colli worden vervoerd, en evenmin voor stoffen die in tanks worden vervoerd.

Vervoerder: de onderneming die het vervoer met of zonder vervoersovereenkomst uitvoert.

Vervoermiddel: een wegvoertuig of wagen voor vervoer over de weg of per spoor.

Vervoersdocument: de vrachtbrief overeenkomstig de vervoersovereenkomst (zie de CIM), de wagenbrief overeenkomstig het "Allgemeiner Vertrag für die Verwendung von Güterwagen" (AVV)*3, of een ander vervoersdocument dat voldoet aan de bepalingen van sectie 5.4.1.

Verzamelaanduiding: een gedefinieerde groep van stoffen of voorwerpen (zie 2.1.1.2, letters B, C en D).

Vezelgewapende kunststof: materiaal bestaande uit vezels en/of deeltjes versterkt in een thermohardend of thermoplastisch polymeer (matrix)

Vlampunt: de laagste temperatuur van een vloeistof, waarbij de damp daarvan met lucht een ontvlambaar mengsel vormt.

Vloeibaar gemaakt aardgas (Liquefied Natural Gas - LNG): sterk gekoeld vloeibaar gemaakt gas bestaande uit aardgas met een hoog methaangehalte, ingedeeld onder UN-nr. 1972

Vloeibaar gemaakt petroleumgas (LPG): een onder lage druk vloeibaar gemaakt gas bestaande uit een of meer lichte koolwaterstoffen die uitsluitend onder UN-nummer 1011, 1075, 1965, 1969 of 1978 zijn ingedeeld en dat hoofdzakelijk propaan, propeen, butaan, butaanisomeren en buteen met sporen van andere koolwaterstofgassen bevat.

Opmerking 1: Brandbare gassen die onder andere UN-nummers zijn ingedeeld worden niet als LPG beschouwd.

Opmerking 2: Zie voor UN-nummer 1075 Opmerking 2 onder 2F, UN-nummer 1965, in de tabel voor vloeibaar gemaakte gassen van 2.2.2.3.

Vloeistof: een stof die bij 50 °C een dampdruk heeft van ten hoogste 300 kPa (3 bar), en bij 20 °C en een druk van 101,3 kPa niet volledig gasvormig is, en die

  1. bij een druk van 101,3 kPa een smeltpunt of beginsmeltpunt heeft van 20 °C of lager, of
  2. die volgens de beproevingsmethode ASTM D 4359-90 vloeibaar is, of
  3. volgens de criteria van de in 2.3.4 beschreven beproevingsmethode voor de bepaling van het vloeigedrag (penetrometermethode) niet dikvloeibaar is.

Opmerking: Als vervoer in vloeibare toestand, in de zin van de tankvoorschriften, wordt beschouwd:

  • vervoer van vloeistoffen volgens bovenstaande definitie, of
  • vervoer van vaste stoffen die in gesmolten toestand ten vervoer worden aangeboden.

VN-modelbepalingen: de “Model Regulations”, opgenomen als bijlage bij de 23e herziene editie van de “Recommendations on the Transport of Dangerous Goods”, gepubliceerd door de Verenigde Naties (ST/SG/AC.10/1/Rev.23).

VN-nummer: zie UN-nummer.

VN-Reglement: een reglement als bijlage bij de Overeenkomst betreffende het aannemen van eenvormige technische voorschriften die van toepassing zijn op voertuigen op wielen, uitrustingsstukken en onderdelen die in een voertuig op wielen kunnen worden gemonteerd of gebruikt en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van overeenkomstig deze voorschriften verleende goedkeuringen (Overeenkomst van 1958, zoals gewijzigd).

Voorziening voor de behandeling (voor flexibele IBC’s): draagbanden, lussen, ogen of raamwerken die aan het verpakkingslichaam van de IBC zijn bevestigd, of die zijn gevormd uit een verlenging van het materiaal waarvan het verpakkingslichaam is vervaardigd.

Vuldruk: de hoogste effectieve druk die tijdens het vullen onder druk in de tank ontwikkeld wordt.

[Zie ook Beproevingsdruk, Berekeningsdruk, Hoogste bedrijfsdruk (overdruk) en Losdruk.]

Vuller: de onderneming die gevaarlijke goederen vult in een tank (reservoirwagen, wagen met afneembare tanks, transporttank of tankcontainer), in een batterijwagen of MEGC en/of los gestort in een wagen, grote container of kleine container.

Vullingsgraad: de verhouding, uitgedrukt in %, van het volume van de vloeistof of vaste stof dat bij 15 °C in de middelen van omsluiting is gebracht, en het volume van het voor gebruik gereed zijnde middelen van omsluiting;

Vulverhouding: de verhouding tussen de massa gas en de massa water bij 15 oC, die middelen van omsluiting, gereed voor het gebruik, volledig zou vullen.

W

Waardoor of waarheen: betekent voor het vervoer van radioactieve stoffen door of naar de landen waarheen de zending wordt vervoerd, maar sluit in het bijzonder de landen uit ‘waaroverheen’ de zending in een luchtvaartuig wordt vervoerd, onder voorwaarde dat er geen tussenlandingen in deze landen zijn gepland.

Wagen: een spoorwegvoertuig zonder eigen voortbewegingsinrichting dat bestemd is voor het vervoer van goederen. (zie ook Batterijwagen, Gesloten wagen, Open wagen, Wagen met dekzeil en Reservoirwagens).

Wagen (gesloten): een wagen met vaste wanden of schuifwanden en met een vast dak of een beweegbaar dak.

Wagen (met dekzeil): open wagen die ter bescherming van de lading met een dekzeil is uitgerust;

Wagen (open): een wagen met of zonder kopwanden en zijwanden, waarvan het laadoppervlak open is.

Wegvoertuig: een motorvoertuig, geleed voertuig, aanhangwagen of oplegger in de zin van het ADR waarmee gevaarlijke goederen worden vervoerd.

Wissellaadbak: zie Container.

Wissellaadtank: wordt beschouwd als een tankcontainer.

Z 

Zacht staal: staal met een minimum treksterkte tussen 360 N/mm2 en 440 N/mm2 .

Opmerking: Voor transporttanks, zie hoofdstuk 6.7.

Zak: een flexibele verpakking van papier, kunststof folie, textiel, geweven materiaal of van een ander geschikt materiaal.

Zending: een collo of meerdere colli of een lading gevaarlijke goederen, dat/die door een afzender ten vervoer wordt aangeboden.

*1 De term "exploitant" is equivalent aan de term "houder" als gedefinieerd in artikel 2, letter n, van bijlage G bij het COTIF (ATMF) en in artikel 3, letter s, van de spoorwegveiligheidsrichtlijn (Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering) en in artikel 2, letter s, van Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap.

*2 Met betrekking tot elementen in relatie tot ECM’s en hun certificering is aanhangsel G in overeenstemming gebracht met de Europese wetgeving, meer bepaald Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europese Parlement en de Raad van 11 mei 2016 over spoorwegveiligheid (Artikel 14 punten 1 tot en met 5) en Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europese Parlement en de Raad van 11 mei 2016 over de interoperabiliteit van het railsysteem in de Europese Unie (Artikel 47 punt 3 letter f). Met betrekking tot het systeem voor de certificering van met het onderhoud van goederenwagons belaste entiteiten is Bijlage A bij het COTIF gelijkwaardig aan verordening (EU) 2019/779 van 16 mei 2019 over gedetailleerde voorschriften voor met onderhoud belaste entiteiten conform Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europese Parlement en van de Raad (onder intrekking van regeling (EU) No. 445/2011.

*3 Gepubliceerd door het AVV-bureau, Avenue Louise 500, BE-1050 Brussel, www.gcubureau.org.

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.