Toepassing en algemene voorschriften
Hoofdstuk 6.7
Inhoudsopgave hoofdstuk 6.7
Hoofdstuk 6.7
VOORSCHRIFTEN VOOR HET ONTWERP, DE CONSTRUCTIE, HET ONDERZOEK EN DE BEPROEVING VAN TRANSPORTTANKS EN VAN UN-GASCONTAINERS MET VERSCHEIDENE ELEMENTEN (MEGC’s)
Opmerking 1:
Voor reservoirwagens, afneembare tanks en tankcontainers en wissellaadtanks, met reservoirs van metaal, en batterijwagens en gascontainers met verscheidene elementen (MEGC’s), met uitzondering van UN-MEGC’s, zie hoofdstuk 6.8;
voor druk/vacuümtanks (voor afvalstoffen), zie hoofdstuk 6.10.
Opmerking 2: De voorschriften van dit hoofdstuk zijn ook van toepassing op transporttanks met reservoirs van vezelgewapende kunststof (FRP), voor zover aangegeven in hoofdstuk 6.9.
De voorschriften van dit hoofdstuk zijn van toepassing op transporttanks, bestemd voor het vervoer van gevaarlijke goederen, alsmede op MEGC’s bestemd voor het vervoer van niet sterk gekoelde gassen van klasse 2 met alle wijzen van vervoer.
In aanvulling op de voorschriften van dit hoofdstuk moet, tenzij anders aangegeven, worden voldaan aan de van toepassing zijnde voorschriften van de Internationale Overeenkomst voor Veilige Containers (CSC) van 1972, zoals gewijzigd, door elke multimodale transporttank of MEGC die binnen de termen van dat verdrag aan de definitie van een "container" voldoet.
Op offshore-transporttanks of -MEGC’s die op open zee worden behandeld, kunnen aanvullende voorschriften van toepassing zijn.
Teneinde rekening te houden met wetenschappelijke en technische vooruitgang kunnen de technische voorschriften van dit hoofdstuk door alternatieve regelingen worden gewijzigd.
Deze alternatieve regelingen moeten een veiligheidsniveau opleveren dat ten minste gelijk is aan dat van de voorschriften van dit hoofdstuk met betrekking tot de verenigbaarheid met vervoerde stoffen en het vermogen van de transporttank of MEGC om stoten, belading en brand te doorstaan.
Voor internationaal vervoer moeten transporttanks of MEGC‘s die onder alternatieve regeling zijn gebouwd, worden goedgekeurd door de van toepassing zijnde bevoegde autoriteiten.
Indien in kolom (10) van tabel A in hoofdstuk 3.2 aan een stof geen instructie voor transporttanks (T1 t/m T23, T50 of T75) is toegewezen, kan door de bevoegde autoriteit van het land van herkomst tijdelijke goedkeuring voor vervoer worden afgegeven.
De goedkeuring moet worden opgenomen in de documentatie van de zending en minimaal de informatie bevatten, die gewoonlijk in de instructie voor transporttanks verstrekt wordt alsmede de omstandigheden waaronder de stof moet worden vervoerd.
Voorschriften voor het ontwerp, de constructie, het onderzoek en de beproeving van transporttanks, bestemd voor het vervoer van stoffen van de klassen 1 en 3 t/m 9
Definities
Voor doeleinden van deze sectie wordt verstaan onder:
Alternatieve regeling: een goedkeuring, verleend door de bevoegde autoriteit voor een transporttank of een MEGC, die is ontworpen, geconstrueerd of beproefd overeenkomstig technische eisen of beproevingsmethoden, die afwijken van die welke in dit hoofdstuk zijn vastgelegd.
Transporttank: een multimodale tank, gebruikt voor het vervoer van stoffen van de klassen 1 en 3 t/m 9. De transporttank omvat een reservoir, voorzien van bedrijfsuitrusting en constructieve uitrusting die voor het vervoer van gevaarlijke stoffen noodzakelijk zijn. De transporttank moet zonder verwijdering van zijn constructieve uitrusting kunnen worden gevuld en geleegd. Het reservoir moet uitwendige stabiliseringselementen bezitten en in volle toestand kunnen worden opgehesen. Hij moet primair worden ontworpen om op een wegvoertuig, wagen, zeeschip of binnenvaartschip te worden gehesen en moet zijn voorzien van sleden, bevestigingsmiddelen of toebehoren om behandeling met mechanische hulpmiddelen te vergemakkelijken. Tankwagens, reservoirwagens, niet-metalen tanks (met uitzondering van transporttanks van FRP, zie hoofdstuk 6.9) en IBC's vallen niet onder de definitie voor transporttanks;
Reservoir: het deel van de transporttank dat de voor vervoer bestemde stof bevat (eigenlijke tank), met inbegrip van openingen en hun sluitingen, maar zonder bedrijfsuitrusting of uitwendige constructieve uitrusting;
Bedrijfsuitrusting: meetinstrumenten en voorzieningen voor het vullen, het lossen, de ontluchting, veiligheid, verwarming, koeling en isolatie;
Constructieve uitrusting: de uitwendig op het reservoir aangebrachte verstevigings-, bevestigings-, beschermings- en stabiliseringselementen;
Hoogste toelaatbare bedrijfsdruk (MAWP): een druk die niet lager mag zijn dan de hoogste van de volgende, bovenin het reservoir in bedrijfstoestand gemeten drukken:
- de maximale effectieve overdruk die tijdens het vullen of het lossen in het reservoir is toegestaan; of
- de maximale effectieve overdruk waarvoor het reservoir is ontworpen, die niet lager mag zijn dan de som van:
- de absolute dampdruk (in bar) van de stof bij 65 °C, minus 1 bar; en
- de partiële druk (in bar) van lucht of andere gassen in de vrije ruimte die bepaald wordt door een o maximale temperatuur van de vrije ruimte van 65 °C en een vloeistofuitzetting als gevolg van een toename van de gemiddelde temperatuur van het geladen goed van tr - tf (tf = o o vultemperatuur, gewoonlijk 15 °C; tr = 50 °C, maximale gemiddelde temperatuur van het geladen goed).
Berekeningsdruk: de in berekeningen te gebruiken druk die door een erkend reglement voor drukhouders wordt vereist. De berekeningsdruk mag niet lager zijn dan de hoogste van de volgende drukken:
- de maximale effectieve overdruk die tijdens het vullen of het lossen in het reservoir is toegestaan; of
- de som van:
- de absolute dampdruk (in bar) van de stof bij 65 °C, minus 1 bar; ii) de partiële druk (in bar) van lucht of andere gassen in de vrije ruimte die bepaald wordt door een maximale temperatuur van de vrije ruimte van 65 °C en een vloeistofuitzetting als gevolg van een toename van de gemiddelde temperatuur van het geladen goed van tr - tf (tf = vultemperatuur, gewoonlijk 15 °C; tr = 50 °C, maximale gemiddelde temperatuur van het geladen goed); en
- een hydrostatische druk, bepaald op grond van de statische krachten, gespecificeerd in 6.7.2.2.12, maar ten minste 0,35 bar; of
- 2/3 van de minimale beproevingsdruk, gespecificeerd in de van toepassing zijnde instructie voor transporttanks in 4.2.5.2.6;
Beproevingsdruk: de maximale overdruk bovenin het reservoir tijdens de hydraulische proefpersing gelijk aan ten minste 1,5 maal de berekeningsdruk. De minimale beproevingsdruk voor transporttanks, bestemd voor specifieke stoffen, wordt gespecificeerd in de van toepassing zijnde instructie voor transporttanks in 4.2.5.2.6;
Dichtheidsproef: een beproeving, gebruik makend van een gas, die het reservoir en zijn bedrijfsuitrusting onderwerpt aan een effectieve inwendige druk van ten minste 25% van de MAWP;
Grootste toelaatbare bruto massa (MPGM): de som van de eigen massa van de transporttank en de zwaarste, voor vervoer toegelaten lading;
Referentiestaal: een staalsoort met een treksterkte van 370 N/mm2 en een rek bij breuk van 27%;
Zacht staal: een staalsoort met een gegarandeerde minimale treksterkte tussen 360 N/mm2 en 440 N/mm2 en een gegarandeerde minimale rek bij breuk volgens 6.7.2.3.3.3;
Ontwerptemperatuurbereik: het ontwerptemperatuurbereik voor het reservoir moet liggen tussen -40 °C en 50 °C voor stoffen, vervoerd onder omgevingsomstandigheden. Voor andere stoffen, die onder omstandigheden van verhoogde temperatuur worden behandeld, moet de ontwerptemperatuur ten minste de maximumtemperatuur van de stof zijn tijdens het vullen, het lossen of het vervoer. Voor transporttanks die aan zwaardere klimatologische omstandigheden worden onderworpen, moeten strengere ontwerptemperaturen in aanmerking worden genomen;
Fijnkorrelig staal: staal dat een ferritische korrelgrootte heeft van ten hoogste 6, zoals bepaald volgens norm ASTM E 112-96 of zoals gedefinieerd in norm EN 10028-3, Deel 3;
Smeltveiligheid: een niet-hersluitbare drukontlastingsinrichting die door warmte wordt geactiveerd;
Offshore-transporttank: een transporttank, die speciaal voor het herhaaldelijk gebruik voor het vervoer van, naar en tussen buitengaatse (offshore-) inrichtingen is ontworpen. Een offshore-transporttank wordt overeenkomstig de Richtlijnen voor de toelating van op open zee ingezette offshore-containers, die door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) in document MSC/Circ.860 vastgelegd zijn, ontworpen en geconstrueerd.
Algemene voorschriften voor ontwerp en constructie
Reservoirs moeten worden ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de voorschriften van een reglement voor drukhouders, erkend door de bevoegde autoriteit. Reservoirs moeten worden vervaardigd van metaalsoorten die voor vervorming geschikt zijn. De materialen moeten in beginsel voldoen aan nationale of internationale materiaalnormen. Voor gelaste reservoirs mag alleen een materiaal worden gebruikt, waarvan de lasbaarheid volledig is aangetoond.
Lasverbindingen moeten vakkundig worden gemaakt en volledige veiligheid bieden. Indien het fabricageproces of de materialen dit noodzakelijk maken, moeten de reservoirs op geschikte wijze een warmtebehandeling ondergaan om voldoende taaiheid in de las en in de warmtebeïnvloede zones te waarborgen.
Bij de materiaalkeuze moet het ontwerptemperatuurbereik in aanmerking worden genomen met betrekking tot het risico van brosse breuk, breuk als gevolg van spanningscorrosie en schokbestendigheid. Bij gebruik van fijnkorrelig staal mag, volgens de materiaalspecificatie, de gegarandeerde waarde van de rekgrens de 460 N/mm2 niet overschrijden en mag de gegarandeerde bovenste grenswaarde van de treksterkte de 725 N/mm2 niet overschrijden.
Aluminium mag alleen als een constructiemateriaal worden gebruikt, indien dit is aangegeven in een bijzondere bepaling voor transporttanks, die in kolom (11) van tabel A van hoofdstuk 3.2 aan een specifieke stof is toegewezen of indien dit door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd. Indien aluminium wordt toegestaan, moet het worden geïsoleerd om bij onderwerping aan een warmtebelasting van 110 kW/m2 gedurende ten minste 30 minuten een aanzienlijk verlies van fysische eigenschappen te voorkomen. De isolatie moet bij alle temperaturen lager dan 649 °C doeltreffend blijven en moet worden ommanteld met een materiaal met een smeltpunt van ten minste 700 °C.
Materialen voor transporttanks moeten geschikt zijn voor de externe omgeving waarin zij kunnen worden vervoerd.
Reservoirs van transporttanks, uitrustingsdelen en buisleidingen moeten worden vervaardigd van materialen die:
- nagenoeg ongevoelig zijn voor aantasting door de te vervoeren stof(fen); of
- door middel van een chemische reactie op doeltreffende wijze gepassiveerd of geneutraliseerd zijn; of
- bekleed zijn met corrosiebestendig materiaal dat rechtstreeks aan het reservoir is gebonden of met gelijkwaardige middelen daaraan is bevestigd.
Pakkingen moeten worden gemaakt van materialen die niet worden aangetast door de te vervoeren stof(fen).
Indien reservoirs zijn voorzien van een binnenbekleding, moet de bekleding nagenoeg ongevoelig zijn voor aantasting door de te vervoeren stof(fen), homogeen zijn en niet poreus, vrij van perforaties, voldoende elastisch en aangepast aan de thermische uitzettingskenmerken van het reservoir. De bekleding van het reservoir, de uitrustingsdelen en buisleidingen moet ononderbroken zijn en moet zich uitstrekken rond het voorvlak van elke flens. Indien uitwendige uitrustingsdelen aan de tank zijn gelast, moet de bekleding langs het uitrustingsdeel en rond het voorvlak van uitwendige flenzen ononderbroken doorlopen.
Verbindingen en naden in de bekleding moeten worden gevormd door het materiaal samen te smelten of met andere even doeltreffende middelen.
Contact tussen ongelijksoortige metalen, dat schade door galvanische werking tot gevolg zou kunnen hebben, moet worden vermeden.
De materialen van de transporttank, met inbegrip van alle inrichtingen, pakkingen, bekledingen en toebehoren mogen de in de transporttank te vervoeren stof(fen) niet ongunstig beïnvloeden.
Transporttanks moeten worden ontworpen en vervaardigd met ondersteuningen die tijdens het vervoer een stevige basis verschaffen en met geschikte hijs- en bevestigingsmiddelen.
Beste bezoeker,
U bent bijna bij de volledige inhoud
Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.
Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.
- Als u al abonnee bent log dan aub in
- Nog geen abonnement ? U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.