RID-Digitaal
home
Home

Deel 1 — Algemene voorschriften

Hoofdstuk 1.1 openen →
Hoofdstuk 1.8 openen →

Deel 2 — Classificatie

Deel 4 — Verpakkingen en tanks

Hoofdstuk 4.1 openen →
Hoofdstuk 4.2 openen →

Deel 5 — Procedures verzending

Deel 6 — Constructie + beproeving verpakkingen

Hoofdstuk 6.1 openen →
Hoofdstuk 6.2 openen →
Hoofdstuk 6.4 openen →
Hoofdstuk 6.7 openen →
Hoofdstuk 6.8 openen →
Tabel A
RID 2025
Inhoudsopgave hoofdstuk 2.2.61
  1. 2.2.61 Klasse 6.1 Giftige stoffen
  2. 2.2.61.1 Criteria
  3. 2.2.61.1.3 Definities
  4. 2.2.61.1.4 Classificatie en indeling in verpakkingsgroepen

Hoofdstuk 2.2.61
BIJZONDERE VOORSCHRIFTEN VOOR DE AFZONDERLIJKE KLASSEN

Klasse 6.1 : Giftige stoffen

 

De titel van klasse 6.1 omvat stoffen, waarvan uit ervaring bekend is of waarvan na experimenten op proefdieren kan worden aangenomen, dat zij in relatief geringe hoeveelheid door een eenmalige of kortstondige inwerking bij inademing, opname door de huid of inslikken de gezondheid van de mens kunnen schaden of de dood kunnen veroorzaken.

Opmerking: Genetisch gemodificeerde micro-organismen en organismen moeten in deze klasse worden ingedeeld indien zij voldoen aan de voorwaarden voor deze klasse.

De stoffen en voorwerpen van klasse 6.1 zijn als volgt onderverdeeld:

T Giftige stoffen zonder bijkomend gevaar en voorwerpen die dergelijke stoffen bevatten:

  • T1 organische vloeistoffen
    T2 organische vaste stoffen
    T3 metaalorganische stoffen
    T4 anorganische vloeistoffen
    T5 anorganische vaste stoffen
    T6 pesticiden, vloeistoffen
    T7 pesticiden, vaste stoffen
    T8 monsters
    T9 andere giftige stoffen
    T10 voorwerpen

TF Giftige stoffen, brandbaar en voorwerpen die dergelijke voorwerpen bevatten

  • TF1 vloeistoffen
    TF2 vloeistoffen, gebruikt als pesticiden
    TF3 vaste stoffen
    TF4 voorwerpen

TS Giftige stoffen voor zelfverhitting vatbaar, vast

TW Giftige stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen:

  • TW1 vloeistoffen
  • TW2 vaste stoffen

TO Giftige stoffen, oxiderend:

  • TO1 vloeistoffen
    TO2 vaste stoffen

TC Giftige stoffen, bijtend en voorwerpen die dergelijke stoffen bevatten

  • TC1 organische vloeistoffen
  • TC2 organische vaste stoffen
  • TC3 anorganische vloeistoffen
  • TC4 anorganische vaste stoffen
  • TC5 voorwerpen

TFC Giftige stoffen, brandbaar, bijtend

TFW Giftige stoffen, brandbaar, die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen

 

Definities

In de zin van het RID wordt verstaan onder:

LD50 -waarde (gemiddelde dodelijke dosis) voor de acute giftigheid bij inslikken:

de statistisch afgeleide enkelvoudige dosis van een stof, waarbij verwacht kan worden dat binnen veertien dagen na het inslikken bij 50% jonge, volgroeide albinoratten de dood zal intreden. De LD50-waarde wordt in massa van de geteste stof ten opzichte van massa proefdier (mg/kg) uitgedrukt.

LD50-waarde voor de acute giftigheid bij opname door de huid:

De toegediende dosis stof, die bij voortdurende aanraking gedurende 24 uur met de kale huid van albinokonijnen, met de grootste waarschijnlijkheid binnen 14 dagen de dood veroorzaakt van de helft van de dieren van de groep.

Het aantal dieren, dat aan deze proef wordt onderworpen, moet voldoende zijn voor een statistisch significant resultaat en moet overeenkomen met wat gebruikelijk is in de farmacologie. Het resultaat wordt uitgedrukt in mg per kg lichaamsmassa.

LC50-waarde voor de acute giftigheid bij inademen:

De toegediende concentratie damp, nevel of stof, die bij voortdurende inademing gedurende één uur met de grootste waarschijnlijkheid binnen 14 dagen de dood veroorzaakt van de helft van een groep jonge, volwassen mannelijke en vrouwelijke albino-ratten.

Een vaste stof moet aan een beproeving worden onderworpen indien het gevaar bestaat dat ten minste 10% van de totale massa daarvan bestaat uit stofdeeltjes die kunnen worden ingeademd, bijvoorbeeld indien de aerodynamische diameter van deze deeltjesfractie ten hoogste 10 m bedraagt. Een vloeistof moet aan de beproeving worden

onderworpen indien het gevaar bestaat dat tijdens een lekkage uit de voor het vervoer gebruikte dichte omhulling een nevel ontstaat. Zowel bij vaste stoffen als vloeistoffen moet meer dan 90 massa-% van het voor de beproeving voorbereide monster bestaan uit deeltjes, die zoals hierboven beschreven kunnen worden ingeademd. Het resultaat wordt uitgedrukt in mg per liter lucht in het geval van stof en nevels, en in ml per m3 lucht (ppm) in het geval van dampen.

 

Classificatie en indeling in verpakkingsgroepen

Op grond van de mate van gevaar tijdens vervoer moeten de stoffen en voorwerpen van klasse 6.1 worden ingedeeld in één van de volgende groepen:

  • verpakkingsgroep I: zeer giftige stoffen,
  • verpakkingsgroep II: giftige stoffen,
  • verpakkingsgroep III: zwak giftige stoffen.

De in klasse 6.1 ingedeelde stoffen, mengsels, oplossingen en voorwerpen zijn opgenomen in tabel A van hoofdstuk 3.2. Niet met name in tabel A van hoofdstuk 3.2 genoemde stoffen, mengsels en oplossingen moeten in een juiste positie van subsectie 2.2.61.3 en een juiste verpakkingsgroep overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2.1 worden ingedeeld volgens de volgende criteria van 2.2.61.1.6 t/m 2.2.61.1.11.

Beste bezoeker, 

U bent bijna bij de volledige inhoud

Deze pagina maakt deel uit van het afgeschermde gedeelte van RID , bedoeld voor abonnees die dagelijks met de RID regelgeving werken.

Met een abonnement heeft u onbeperkt toegang tot de complete, gedigitaliseerde RID, snel doorzoekbaar, met onderlinge verwijzingen en altijd bijgewerkt naar de laatste versie. Precies wat u nodig heeft om zeker en efficiënt te werken.

  • Als u al abonnee bent log dan aub in
  • Nog geen abonnement ?  U bent slechts 1 minuut verwijderd van de volledige toegang tot de Digitale RID.