Een RID-Verdragsstaat kan bepaalde aanvullende voorschriften, die niet in het RID zijn opgenomen, voor het internationale vervoer over de spoorweg van gevaarlijke goederen op zijn grondgebied van toepassing verklaren, onder voorwaarde dat deze aanvullende voorschriften:
- genoemd zijn in sectie 1.9.2,
- niet strijdig zijn met de voorschriften van sectie 1.1.2.1 b),
- opgenomen zijn in de nationale wetgeving van de RID-Verdragsstaat en ook van kracht zijn voor het nationale vervoer over de spoorweg van gevaarlijke goederen over het gehele grondgebied van de RID- Verdragsstaat,
- niet leiden tot het verbod van het vervoer over de spoorweg van de onder deze voorschriften vallende gevaarlijke goederen op het gehele grondgebied van deze RID-Verdragsstaat.