Het vervoer van gevaarlijke goederen is onderworpen aan het verplicht gebruik van een bepaalde uitrusting voor het vervoer overeenkomstig de voorschriften van dit hoofdstuk en van hoofdstuk 7.2 voor vervoer in colli en van hoofdstuk 7.3 voor vervoer als los gestort goed. Bovendien moeten de voorschriften van hoofdstuk 7.5 inzake het laden, lossen en behandelen in acht worden genomen.
In de kolommen (16), (17) en (18) van tabel A van hoofdstuk 3.2 zijn de bijzondere bepalingen van dit deel, die op specifieke gevaarlijke goederen van toepassing zijn, aangegeven.
Opmerking: Wagens mogen zijn uitgerust met detectie-inrichtingen die een signaal afgeven bij of reageren op een ontsporing, onder voorwaarde dat is voldaan aan de voorschriften voor het verlenen van toestemming voor de inbedrijfstelling van dergelijke wagens.
De voorschriften voor de inbedrijfstelling van wagens kunnen het gebruik van dergelijke detectie- inrichtingen niet verbieden of verplicht stellen. Het verkeer van wagens mag niet worden beperkt op grond van de aan- of afwezigheid van dergelijke inrichtingen.